2,5 miljoen laaggeletterden. Tijd om het Nederlands te versimpelen?

2,5 miljoen laaggeletterden. Tijd om het Nederlands te versimpelen?

Zin om te lachen? Probeer dit dan eens. Laat iemand die Nederlands niet als moedertaal heeft het woord ‘geinig’ uitspreken. Je zult merken dat diegene de grootste moeite heeft om dit uit te spreken. De persoon in kwestie produceert een soort gorgelend geluid. Alsof er iets vastzit in de keel. Het is allesbehalve de versie zoals wij die kennen.

De rollende ‘r’
Naast die gekke ‘g’ (die je jezelf met deze video kan aanleren) bestaan er meerdere klanken die voor anderstaligen moeilijk zijn om uit te spreken. Denk eens aan ‘gr’, ‘ui’, ‘schr’ en ‘eu’. In andere landen gebruiken ze die niet op de manier zoals wij dat doen. En wat te denken van onze twee verschillende manieren om de ‘r’ uit te spreken. De een gebruikt de rrrrrrollende ‘r’, (ook wel de alveolaire tril genoemd), terwijl de ander niet eens in staat is om die letter uit te spreken. Er zijn dus twee mogelijkheden om de ‘r’ uit te spreken in het Nederlands. Ze betekenen hetzelfde. Dat begrijpt niet iedereen. Verwarrend, hè?

De of het?
Ook de Nederlandse grammatica bevat lastige elementen voor een buitenstaander. Neem het bijvoeglijk naamwoord. In veel talen staat dat achter het zelfstandig naamwoord, in het Nederlands staat ‘ie ervoor. Wij zeggen ‘een rode tafel’, Fransen zeggen ‘une table rouge’. Ook struikelen mensen over het gebruik van de lidwoorden ‘de’ en ‘het’. Wanneer gebruik je welke? Hier zijn geen vaste regels voor. En er is ook geen standaard rijtje om uit je hoofd te leren. Het is een “ondoorzichtige eigenschap” van onze taal: moeilijk om te leren, maar het maakt ook geen betekenisverschil. Docente Sterre Leufkens vergelijkt het met mannentepels: ze zitten er, zien er mooi uit, maar hebben geen enkele functie… 😉

Anderstaligen gaan hier daarom snel de fout in, terwijl het voor ons ‘logisch’ is. Omdat we weten hoe het klinkt. Bij Nederlanders bestaat er (over het algemeen) geen twijfel of het ‘de boek’ of ‘het boek’ is. Het is dus belangrijk om veel vlieguren te maken, als Nederlands niet je moedertaal is.

Niet alleen immigranten

Het Nederlands spreken is dus lastig voor niet-moedertaal sprekers. Maar Nederlands schrijven blijkt niet alleen voor immigranten lastig te zijn. Wist jij dat 1 op de 6 Nederlanders laaggeletterd is en daardoor moeite heeft met lezen en/of schrijven? Slechts de helft hiervan is niet in Nederland geboren. Laaggeletterden kunnen moeilijk functioneren in de maatschappij. Ze hebben bijvoorbeeld moeite met het invullen van een formulier of het lezen van een instructie.

Tijd om het Nederlands te versimpelen?

Moeten we daarom niet gewoon overstappen naar ‘ik denk’, ‘jij denk’ en ‘wij denk’? Om het lekker makkelijk te maken. Voor iedereen. En om misverstanden te voorkomen. Toch is dat te makkelijk gedacht, volgens taalkundige Marc van Oostendorp. Taal verandert continu, maar we hebben zelf geen invloed op die verandering. Versimpeling en integratie van andere talen duurt generaties. Het duurt te lang om daarop te wachten. In zijn podcast vertelt hij hier meer over. Wat we wel kunnen doen in de zakelijke, schriftelijke communicatie? Zo helder en eenvoudig mogelijk schrijven. Misschien zelfs wel in B1-taalniveau…