O kom er eens kijken, tijd om je dichtkunsten te verrijken!

O kom er eens kijken, tijd om je dichtkunsten te verrijken!

Vanaf begin september liggen de pepernoten al in de schappen. Ruim drie maanden van tevoren worden we dus al geconfronteerd met Sinterklaas. Maar tijdig aan een Sinterklaasgedicht beginnen, ho maar! Daar doen we met z’n allen niet aan. Terwijl het wel slim is. Want we komen altijd tijd tekort. En raffelen het gedicht dan maar af. Net als vorig jaar hebben we drie goede tips voor het schrijven van een gedicht. Voor de vroege vogels én de laatbloeiers!

  1. Herschrijf

Een gedicht is eigenlijk nooit in één keer af. Dat is maar voor heel weinig mensen weggelegd. Of je moet écht briljant zijn in het schrijven van gedichten. Voor de meesten van ons is dat niet het geval. Laat daarom je gedicht even liggen na het maken van de eerste versie. Je zult merken dat je daardoor de tweede keer kritischer naar je werk kan kijken. En dingen ziet die je eerder niet zag. Loopt alles lekker in elkaar over? Klopt het allemaal wel? Kun je details toevoegen of overbodige woorden weglaten? Deze tip kun je overigens toepassen op elke tekst.

  1. Gebruik verschillende rijmsoorten

Het is heel verleidelijk om in je gedicht te leunen op eindrijm/volrijm. Daar is ook niks mis mee. Maar er zijn meer mogelijkheden dan “schenken” te laten rijmen op “denken”. Denk eens aan klinkerrijm. Bijvoorbeeld bij “grote boten.” Of “lieve pieten.” Een mooi alternatief, dat ook nog eens lekker klinkt. Of rijkrijm/gelijkrijm. Misschien heb je daar nooit van gehoord, maar dit is een leuke variant. Bij deze soort rijm laat je een bepaald woord steeds terugkomen. Je kunt hier exact hetzelfde woord voor gebruiken, maar ook twee verschillende die precies hetzelfde klinken. Bijvoorbeeld bent en band.

  1. Schrijf wat je ziet

Veel dichters schrijven abstract. Denk aan het gebruik van woorden als liefde, angst en geluk. Dat soort woorden spreken niet tot de verbeelding. Bovendien is er veel ruimte voor interpretatie bij deze begrippen. Schrijf daarom wat je wil dat de lezer ziet. Gebruik concrete woorden. Zodat jij en de lezer hetzelfde beeld in gedachte hebben. Je dwingt de lezer hiermee ook om als het ware stil te staan bij de tekst. Het wordt hierdoor écht goed opgenomen. Abstracte termen gaan vaak het ene oor in en het andere weer uit. Denk eens aan het woord ‘leuk’. Wat betekent dat eigenlijk? Maak het visueel!

Ben je de tips van vorig jaar vergeten? Of ken je ze nog niet? Klik dan hier om deze te bekijken.