Jongerentaal. Hoe ver gaan we erin mee?

Jongerentaal. Hoe ver gaan we erin mee?

“Hey kil! Sup? Ga je zo mee chappen?”

               “Aaaight. Ben ik bij. Maar alleen als jij dokt. Ben skeer, want ik heb geen stacks.”

“Beter ga je money maken dan.”

           “Ja, ik doe m’n best, mattie. Whola dat ik dat ga doen!”

“D8 al. Je bent een snitch als je dat niet doet. Dan word ik helemaal loco.”

           “Dikke priem. Ik doe m’n patta’s aan en dan kom ik eraan.”

Zomaar een greep uit de rijke woordenschat van de jongeren van tegenwoordig. Maar wat staat er nou eigenlijk in bovenstaande dialoog? En moet je hier als organisatie aan mee willen doen?

Met de tijd meegaan?
De taal die jongeren spreken, kun je als bijzonder ervaren. Woorden als ‘lit’, ‘huts’ en ‘bae’ zijn voor hen niet meer weg te denken uit hun communiceren. Ze weten niet beter. Veel organisaties willen hier vaak in meegaan. En de taal van hun klanten spreken. Om aan te sluiten bij hun belevingswereld. En om met de tijd mee te gaan.

Doe het niet!
Maar het advies is: doe dat vooral niet! De kans dat je jezelf voor schut zet, is namelijk best wel groot. Dit advies komt van Reinhild Vandekerckhove, professor taalkunde aan de Universiteit Antwerpen. “Jongeren vernieuwen hun taal voortdurend”, stelt zij. “Als ze merken dat iets niet meer nieuw is, of erger nog, dat de oudere generatie hun woordenschat imiteert, dan verzinnen ze gewoon iets nieuws.” Er komt dus een moment waarop door jongeren bedachte woorden niet meer passend zijn. Als ze te algemeen worden. Of als te veel mensen ze gaan gebruiken.

Toch willen wij jullie de “vertaling” van bovenstaand gesprek niet onthouden. Doe er je voordeel mee. Maar praat niet op deze manier tegen je klanten. Voor je het weet hoor je: “Doe effe normaal” of: “Doe maar gewoon niet.” En dat is het laatste wat je wil horen…

“Hey gozer! Hoe is het? Ga je zo mee eten?”

           “Is goed! Ik ben erbij. Maar alleen als jij betaalt. Ik ben arm, want ik heb geen geld.”

“Het lijkt me een goed idee als je geld gaat verdienen.”

           “Ja, ik doe m’n best, vriend. Ik zweer het dat ik dat ga doen!”

“Dat dacht ik al. Je bent een verrader als je dat niet doet. Dan word ik gek.”

           “Is prima. Ik doe m’n schoenen aan en dan kom ik eraan.”

Wat dan wel?
Momenteel zijn wij nog niet klaar voor jongerentaal in de zakelijke communicatie. Maar hoe ver gaan we dan wel in het moderniseren van ons taalgebruik? Of in het afstemmen op de doelgroep? Die vraag komt vaak voorbij in de trainingen. Veel deelnemers uiten de zorg dat je niet te simpel moet schrijven als je naar een jurist schrijft. Nee, dat klopt. Maar je hoeft ook niet in dezelfde wollige en abstracte taal als zij of hij te communiceren. Gelukkig zijn er nog genoeg andere manieren om wél effectief af te stemmen op je doelgroep. Bijvoorbeeld door heldere taal en door in te spelen op voor de lezer relevante thema’s. Belangrijk is om aan te sluiten bij wat je als organisatie zelf wil uitstralen. Dan ben je duidelijk, vriendelijk en betrouwbaar. Benieuwd hoe wij jou kunnen helpen bij doelgroepgericht communiceren? Neem dan contact met ons op!