Haar optredens tijdens de wekelijkse persconferenties maakte haar in mum van tijd een bekende Nederlander. We hebben het natuurlijk over Irma Sluis. Met haar vertolking van het woord ‘hamsteren’ ging ze viral. Ze maakte de persconferenties toegankelijk voor slechthorenden en liet heel Nederland  kennismaken met gebarentaal. Nu het belang van gebarentaal duidelijk is, is het tijd voor een volgende stap: Irma-taal in ieder klaslokaal.

Wat zeg je?

10% van alle Nederlanders is slechthorend. Dat zijn dus drie kinderen in een gemiddeld klaslokaal! Door passend onderwijs gaan steeds meer slechthorende of dove kinderen naar een reguliere basisschool. Weinig kinderen en leraren op zo’n school spreken hun primaire taal, de Nederlandse Gebarentaal (NGT). Door beelden en gebaren een prominentere plek te geven in het dagelijks leven van ons allemaal, wordt onze maatschappij inclusiever voor slechthorenden. En verlaagt de drempel om aanwezig te zijn op een feestje, verjaardag of andere activiteit. In niet coronatijden dan, natuurlijk.

Spoedcursus NGT

Het leren van een paar basisgebaren kan al genoeg zijn om een simpel gesprek te voeren. “Wil je koffie?” “Ga je mee?” en “leuk” in NGT zorgen al voor een prima start. Wij zijn op kantoor alvast begonnen met oefenen. Via onze glazen kantoorwanden maken we elkaar met gebaren duidelijk dat we gaan lunchen. En tijdens de lunch gebaren we naar elkaar wat we op ons brood hebben. Superhandig! Hier een paar handige gebaren om te leren: